De opleiding tandartsassistente bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Het gaat dan om een aantal competenties en werkprocessen, die je op een goede manier onder de knie dient te krijgen. Tijdens de opleiding zal je zowel theorie leren als praktijkervaring op doen, waardoor er uiteindelijk een goede balans ontstaat. Zo kun je na je opleiding tot tandartsassistente op een goede manier aan de slag in een praktijk en weet je wat je te doen staat.
Werkprocessen en competenties tijdens de opleiding tandartsassistente
Tijdens de opleiding tandartsassistente zal je werken aan een aantal werkprocessen, zoals het assisteren van de behandelaar bij tandheelkundige zorg, maar ook de administratieve taken die gedaan dienen te worden. Aan de andere kant werk je aan competenties die je helpen om begrip te tonen of samen te werken en te overleggen. De competenties en werkprocessen zorgen er samen voor dat je als een volwaardige tandartsassistente aan de slag kunt. Uiteraard wordt er tijdens de opleiding tot tandartsassistente gezorgd voor een goede balans van de verschillende onderdelen, zodat je je deze op een prettige manier eigen kunt maken.
Theorie en praktijk
Zowel de theorie als de praktijk vormen een belangrijk onderdeel van de opleiding tandartsassistente. Je kunt de opleiding als beroepsopleidende leerweg (BOL) of beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen. In het eerste geval zal je minimaal 20% tot maximaal 59% van je tijd doorbrengen op een stageadres, om in de praktijk te leren. In het geval van een BBL opleiding breng je minimaal 60% van je tijd door in een praktijk, om als het ware al direct in de praktijk aan de slag te gaan. Zo is er binnen de opleiding tandartsassistente veel aandacht voor de praktijk, aangezien je daar uiteindelijk in zal gaan werken.
